Veel gestelde vragen
1. Hoe krijg je zo vroeg mogelijk een goede positie en een rol in ruimtelijke planprocessen?
2. Hoe benader je de politiek als er in een gemeente nieuwe plannen in de pijplijn zitten?
3. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen die voortkomen uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening?
4. Hoe vindt belangenafweging bij de rechter plaats in de nieuwe situatie ( na 1 juli 2008)?
5. Kan een lokale groep nog wel in beroep gaan tegen overheidsbesluiten?
7. Waar vind je expertise van andere lokale groepen?
8. Wat is de functie van NMO in de nieuwe situatie (na 1 juli 2008)
9. Kan ik bij Natuur en Milieu een financiële bijdrage aanvragen?
10. Hoe kunnen wij ons als lokale groep aansluiten bij Natuur en Milieu Overijssel?
1. Hoe krijg je zo vroeg mogelijk een goede positie en een rol in ruimtelijke planprocessen?
Als lokale groep is het zaak om deskundige leden in de groep te hebben die de mening van de groep goed kunnen verwoorden tijdens bijeenkomsten en/of in brieven. Een lokale groep profileert zich ook door een goede gebiedskennis te laten zien. De gemeente zal je dan sneller serieus nemen, omdat zij immers kan profiteren van jouw kennis. Ook kennis over de belangen van andere partijen en een goed netwerk kunnen van pas komen (bijvoorbeeld bij het vormen van coalities). Wanneer zich nieuwe ontwikkelingen voordoen, moet je eigenlijk zo vroeg mogelijk in het proces een eigen visie opstellen ten aanzien van de voorgenomen plannen. Probeer positief en constructief in te steken. Als je een positieve grondhouding hebt, kun je ook inhoudelijk moeilijke onderwerpen aankaarten (bijvoorbeeld het ter discussie zetten van de locatiekeuze). Kom dan wel met een alternatief. Als je een visie hebt, leg deze dan schriftelijk neer bij het gemeentebestuur en breng deze dan ook onder de aandacht van de pers. Op die manier krijgt de politiek (met name de raadsleden) ook interesse. Vraag ook om betrokken te worden bij het planproces. Wanneer je eenmaal een goede reputatie hebt, zul je ook eerder bij nieuwe plannen worden betrokken. Reputatie bouw je vooral door op als groep deskundigheid uit te stralen en de bereidheid te tonen om mee te denken in het zoeken naar oplossingen met respect voor andere belangen.
2. Hoe benader je de politiek als er in een gemeente nieuwe plannen in de pijplijn zitten?
Het is raadzaam om als persoon of als lokale belangengroep in een zo vroeg mogelijk stadium bij de nieuwe plannen betrokken te worden. Dit kan door in overleg te treden met de initiatiefnemer. Dit zal echter in veel gevallen moeilijk zijn omdat het bijvoorbeeld gaat om een (landelijke) projectontwikkelaar. Goed contact houden met gemeenteambtenaren is dan een volgende stap.
Bij grote projecten zal een ambtelijke projectleider worden aangesteld. Houd regelmatig contact met deze projectleider. Overleg met de wethouder is natuurlijk ook gewenst. Daarnaast kun je de raadsfracties of de raadsleden persoonlijk benaderen. Het gaat er om dat je gebruik maakt van je eigen netwerk (of groepsnetwerk). Het is dan wel zaak om 'goed voor de dag te komen', het liefst met een eigen onderbouwde visie op een geplande ontwikkeling.
In onze 'visie op ruimte' staan tips hoe je als lokale groep te werk kan gaan bij een nieuwe ontwikkeling. Zie ook paragraaf Visie op ruimte>>>
3. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen die voortkomen uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening?
- Het bestemmingsplan blijft het belangrijkste instrument waarmee de gemeente het ruimtegebruik van haar gehele grondgebied moet vastleggen. De formele bestemmingsplanprocedure is ingekort omdat de provincie het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan niet meer goedkeurt. Tegen de vaststelling is door belanghebbenden rechtstreeks beroep bij de Raad van State mogelijk.
- De provincie en het rijk kunnen zelfstandig besluiten om ook een bestemmingsplan te maken, indien er volgens deze bestuursorganen een provinciaal- of rijksbelang is dat moet worden vastgelegd. Een dergelijk plan wordt een inpassingsplan genoemd en hiervoor geldt dezelfde procedure als bij een bestemmingsplan.
- De gemeente, de provincie en het rijk kunnen voor het uitvoeren van een project een projectbesluit nemen zonder voor dit project eerst een bestemmings- of een inpassingsplan op te stellen Dit is de oude 'artikel 19 procedure' in en nieuwe jasje. Binnen een bepaalde termijn (1 tot 3 jaar) na het genomen besluit dient het projectbesluit te zijn opgenomen in een bestemmings- of inpassingsplan.
- Alle gemeenten, provincies en het rijk zijn verplicht om voor hun gehele grondgebied één of meerdere structuurvisies vast te stellen, waarin zij de hoofdlijnen van hun beleid vastleggen. Een structuurvisie is alleen bindend voor het bestuursorgaan dat de visie heeft vastgesteld.
- De gemeente kan een beheersverordening vaststellen voor een gebied waar geen ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien. In deze verordening wordt het bestaande gebruik vastgelegd.
Zie ook de paragraaf 'de nieuwe Wet ruimtelijke ordening'.
4. Hoe vindt belangenafweging bij de rechter plaats in de nieuwe situatie ( na 1 juli 2008)?
De rechter beoordeelt of een natuurlijke persoon of een rechtspersoon (bijvoorbeeld een stichting) die een beroep heeft ingesteld gezien kan worden als een belanghebbende. Een rechtspersoon is belanghebbend indien deze volgens zijn doelstellingen (verwoordt in de statuten) én blijkens feitelijke werkzaamheden de belangen behartigt, die bij het besluit zijn betrokken.
5. Kan een lokale groep nog wel in beroep gaan tegen overheidsbesluiten?
Recent heeft de Raad van State diverse uitspraken gedaan over het begrip belanghebbende.
Uit deze uitspraken komt naar voren dat een stichting of vereniging niet alleen maar 'het bezwaar maken' op zichzelf als doel mag hebben. Dan is er volgens de Raad van State geen sprake van een rechtstreeks belang en word een beroep niet -ontvankelijk verklaard.
Uit de statuten en uit de feitelijke werkzaamheden moet eerst blijken dat het collectieve of algemene belang dat een stichting behartigt, rechtstreeks bij het besluit is betrokken. Dan pas is een stichting
aan te merken als belanghebbende.
Het is dus van groot belang dat een lokale groep zich organiseert in een stichting en daarbij haar doelstellingen zo concreet mogelijk formuleert in de statuten. Daarnaast moet uit de feitelijke werkzaamheden (anders dan alleen maar bezwaar maken) blijken dat er een algemeen of collectief belang wordt behartigd.
6. Een gemeente heeft (nog) geen structuurvisie maar gaat wel een nieuw bestemmingsplan buitengebied maken. Er is wel een visienota buitengebied. Kan dat?
Ja dat kan. Gemeenten moeten volgens de nieuwe Wet ruimtelijke ordening voldoen aan de verplichting tot het hebben van een of meer structuurvisies die het gehele grondgebied van de gemeente omvatten.
Volgens het overgangsrecht moeten structuurplannen, die zijn vastgesteld op basis van de (oude) Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelijk gesteld worden met structuurvisies. Wel zijn er nogal wat gemeenten die in de afgelopen jaren een 'structuurvisie' hebben vastgesteld, die formeel geen structuurplan is. Deze gemeenten kunnen overwegen die 'visies' via een raadsbesluit te laten aanmerken als structuurvisies volgens de nieuwe Wet ruimtelijke ordening.
7. Waar vind je expertise van andere lokale groepen?
De bij Natuur en Milieu Overijssel aangesloten groepen staan vermeld op onze website onder aangesloten groepen. Zie ook de website stichting milieurechtsbijstand voor meer natuur en milieugroepen http://www.milieurechtsbijstand.nl/
8. Wat is de functie van NMO in de nieuwe situatie (na 1 juli 2008)
De rol van Natuur en Milieu Overijssel zal met betrekking tot nieuwe lokale ontwikkelingen ook na 1 juli 2008 grotendeels bestaan uit het ondersteunen van de aangesloten, actieve natuur- en milieugroepen via onder meer het geven van juridisch advies en het organiseren van cursussen en themabijeenkomsten.
Wel zal Natuur en Milieu Overijssel - als gevolg van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening -
de aangesloten groepen nog beter gaan ondersteunen bij het meedenken en meedoen in bestemmingsplanprocedures. Gemeenten hebben namelijk in de nieuwe situatie meer verantwoordelijkheid gekregen om te komen tot goede bestemmingsplannen. Het is dus nog belangrijker dat de lokale groepen in een zo vroeg mogelijk stadium in een planproces betrokken zijn.
Het eigen initiatief van een lokale groep is hierbij erg belangrijk.
9. Kan ik bij Natuur en Milieu een financiële bijdrage aanvragen?
Natuur en Milieu Overijssel ontvangt jaarlijks een bijdrage van de Nationale Postcodeloterij. Een deel hiervan (€ 3000,- per jaar) gaat in het Fonds Lokale Acties. Iedere aangesloten organisatie kan aanspraak maken op dat fonds voor een bijdrage van maximaal € 300,- per jaar voor een project of activiteit, of een juridische procedure.
Het gaat hierbij wel om eenmalige activiteiten, dus geen structurele ondersteuning of financiering van de organisatiekosten. Per jaar geldt: wie het eerst komt het eerst maalt en op is op.
10. Hoe kunnen wij ons als lokale groep aansluiten bij Natuur en Milieu Overijssel?
Vrijwilligersorganisaties die in Overijssel actief zijn voor natuur en milieu kunnen zich aansluiten bij Natuur en Milieu Overijssel. Daarmee geeft u de natuur een stem: Natuur en Milieu Overijssel geeft haar mening mede uit naam van de aangesloten organisaties. Op dit moment zijn ca. 80 groepen aangesloten.
De bijdrage is een klein bedrag (voor 2009 € 49, 75). Daarvoor ontvangt u de digitale nieuwsbrief
'De Notendop' en verder uitnodigingen voor cursussen, studiedagen en andere bijeenkomsten waarbij veelal korting op de deelname wordt gegeven.
Een verzoek om aansluiting kunt u schriftelijk richten aan de directeur van Natuur en Milieu Overijssel. Stuur hierbij een afschrift van uw statuten mee, zodat wij kunnen beoordelen of uw doelstelling past binnen onze organisatie.