home | vorige | volgende | sitemap | zoek

Wet Ruimtelijke Ordening

Algemeen

Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening van kracht geworden. De nieuwe wet regelt welke overheid - Rijk, provincie of gemeente - waarvoor verantwoordelijk is op het gebied van ruimtelijke ordening. De wet geeft deze overheden nieuwe instrumenten om het ruimtelijk beleid in vast te leggen en de uitvoering ervan beter te waarborgen.

De nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening
De huidige wet op de ruimtelijke ordening (WRO) dateert uit 1965. Gedurende de afgelopen veertig jaar is de WRO regelmatig aangepast. Hierdoor is het een onoverzichtelijke wet geworden. Met de nWro zou dit verholpen moeten zijn. Verder is de nWro aangepast aan de uitgangspunten uit de Nota Ruimte. Dat wil zeggen de juiste verantwoordelijkheid op het juiste niveau. Gemeenten doen wat op hun niveau thuis hoort, provincies en rijk komen in actie als hun belangen in het geding zijn. De nWro moet leiden tot minder regels, kortere procedures en verbetering van de uitvoering. De nWro kent ook nieuwe instrumenten

Structuurvisies
Op basis van de nieuwe Wro dienen gemeenten, provincies en Rijk hun beleid neer te leggen in een of meerdere structuurvisies. De structuurvisie vervangt de huidige planologische kernbeslissingen (op rijksniveau), streekplannen (op provinciaal niveau) en structuurplannen (op regionaal en gemeentelijk niveau). De structuurvisie is een strategisch beleidsdocument. De visie moet de uitgangspunten van het ruimtelijk beleid bevatten. Ook moet worden aangegeven hoe men verwacht dat beleid uit te gaan voeren. De provincie Overijssel werkt op dit moment aan een structuurvisie, die in de plaats moet komen van het bestaande streekplan

Bestemmingsplan
Het bestemmingsplan blijft ook in de nWro het centrale instrument binnen de ruimtelijke ordening voor de gemeente. Een verandering ten opzichte van de huidige WRO is dat het bestemmingsplan verplicht wordt voor het gehele gemeentelijke grondgebied. In de huidige WRO geldt die verplichting slechts voor het gebied buiten de bebouwde kom. Onder het woord 'grond' in de nWro wordt zowel bovengrond als ondergrond verstaan.

Beheersverordening
Als er geen ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien in een gebied dan kunnen de gemeenten kiezen om in plaats van een bestemmingsplan een beheersverordening te maken. De beheersverordening legt de ruimtelijke situatie, zoals die op dat moment is, vast.

Inpassingsplan
Provincies en Rijk krijgen de bevoegdheid een inpassingsplan vast te stellen. Het inpassingsplan voor provincies en Rijk kan vergeleken worden met het bestemmingsplan voor gemeenten. Het primaat van de bestemmingsplanbevoegdheid ligt dus op gemeentelijk niveau. Provincies en Rijk kunnen alleen van hun inpassingsplanbevoegdheid gebruik maken als provinciale of nationale belangen dit vorderen. Bestemmingsplannen moeten actueel blijven. Daarom moeten deze eens in de tien jaar worden geactualiseerd.

Projectbesluit
Het projectbesluit biedt de mogelijkheid om de bestemmingsplanprocedure gefaseerd te doorlopen. De gemeente kan het projectbesluit gebruiken als het bestemmingsplan een bepaalde ontwikkeling of een bepaald project niet toetstaat en men een dergelijke activiteit toch mogelijk wil maken zonder meteen het hele bestemmingsplan te hoeven aanpassen. In een projectbesluit moeten de belangrijkste elementen van het project worden beschreven. Omdat de actualiteit van bestemmingsplannen van groot belang is, moet het projectbesluit altijd gevolgd worden door een aanpassing van bestemmingsplan. Deze aanpassing van het bestemmingsplan moet gebeuren binnen een jaar (soms vijf jaar) nadat het projectbesluit onherroepelijk is geworden.

Algemene regels
De provincie en het Rijk kunnen regels stellen over de inhoud van bestemmingsplannen. Hiervoor heeft de provincie een provinciale verordening en voor het Rijk is er de Algemene maatregel van bestuur (AmvB). De gemeenteraad dient bestemmingsplannen aan te passen aan de door de provincie of het Rijk gegeven regels. Zolang dit niet is gebeurd, worden vergunningen rechtstreeks getoetst aan de algemene regels van provincies of Rijk. Het Rijk kan ook regels stellen omtrent de inhoud van provinciale verordeningen.

De veranderingen op een rijtje:

Gemeenten

Provincies

Rijk

Meer informatie over de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening>>>


Overgangsrecht
Voor de procedure van bestemmingsplannen bevat de Invoeringswet Wro de bepaling
dat het recht, zoals dat gold vóór het tijdstip van de inwerkingtreding van de Wro, van
toepassing blijft ten aanzien van een bestemmingsplan, waarvan het ontwerp vóór dat
tijdstip ter inzage is gelegd. Het ontwerp-bestemmingsplan doorloopt derhalve de
bestemmingsplanprocedure van de WRO, inclusief de goedkeuring van gedeputeerde
staten. Een bestemmingsplan dat direct na het tijdstip van inwerkingtreding in procedure
wordt gebracht doorloopt 'van zelfsprekend' de nieuwe bestemmingsplanprocedure.

Omgevingsvisie
De provincie werkt aan een nieuwe Omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt een structuurvisie in de zin van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (nWro). Het wordt echter meer dan dat. In de Omgevingsvisie legt de provincie haar totale beleid voor ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, milieu en water vast. De Omgevingsvisie vervangt hiermee het bestaande streekplan, verkeer- en vervoersplan, milieubeleidsplan en waterhuishoudingsplan. De nieuwe Omgevingsvisie moet in 2009 worden vastgesteld en geldt dan voor tien jaar. Natuur en Milieu Overijssel heeft bij de provincie een aantal punten onder de aandacht gebracht die in de Omgevingsvisie goed geregeld zouden moeten worden.

De provincie Overijssel zal onder de nWro minder zal gaan sturen op functies en meer op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Dit zijn de rode draden in de Omgevingsvisie. Natuur en Milieu Overijssel heeft in een reactie aan de provincie laten weten tevreden te zijn met de keuze voor deze onderwerpen als rode draden in de Omgevingsvisie. Daarbij heeft NMO aangegeven dat, om actief en gericht op deze rode draden te kunnen sturen de provincie ze nog wel verder moeten uitwerken in doelen en criteria. Inhoudelijk stelt de provincie drie thema??s centraal. De Groene Hoofdstructuur, Ruimte voor Water en Wonen en Werken.  Natuur en Milieu Overijssel heeft er bij de provincie op aangedrongen natuur en landschap nadrukkelijker te beschermen, de te heroverwegen of de huidige geclaimde ruimte voor LOG's nog noodzakelijk is, sterk te gaan sturen op regionale afstemming voor woningbouwopgaven en bedrijfsterreinen.

Lees de brief van NMO aan de provincie met alle ingebrachte punten>>>

Meer informatie over de provinciale Omgevingsvisie>>>>

Gevolgen van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening in de praktijk

De inwerkingtreding van de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (nWro) hebben gevolgen voor de manier waarop Natuur en Milieu Overijssel en haar achterban ruimtelijke ordeningsprocessen moeten benaderen. We zullen moeten proberen nog meer in het voortraject onze belangen voor het voetlicht te brengen. De provinciale toets op bestemmingsplannen vervalt.


Gemeenten krijgen veel ruimte
Gemeenten krijgen een veel belangrijkere rol in de ruimtelijke ordening dan onder de bestaande WRO. Ze kunnen veel meer dingen zelf beslissen. Goedkeuring van bestemmingsplannen door de provincie vervalt. Dat betekent dat, ook voor natuur- en milieugroepen een 'vangnet' wegvalt. Het wordt dus nog belangrijker voor NMO, maar ook voor lokale groepen, om goed op de hoogte te blijven van de ruimtelijke plannen van gemeenten. Het gaat dan zowel om de inhoud als om de procedures. Daarnaast wordt het nog belangrijker dan nu al het geval is om vroegtijdig natuur- en milieubelangen in te brengen in ruimtelijke planvorming. De kans op succes door alleen achteraf bezwaar en beroep aan te tekenen lijken onder de nWro kleiner te worden.

Provincie kijkt alleen nog naar provinciaal belang
De provincie zal alleen nog kunnen ingrijpen als gemeenten in hun bestemmingsplan het zogenaamde provinciaal belang onvoldoende vastleggen. Dat provinciaal belang wordt vastgelegd in de Omgevingsvisie (zie elders in deze Notendop). De nWro geeft de provincie verschillende mogelijkheden om gemeenten te bewegen het provinciaal belang in bestemmingsplannen vast te leggen. Ze zal niet altijd alle instrumenten willen (en kunnen) inzetten. Natuur en Milieu Overijssel vraagt zich zelfs af of de provincie wel voldoende bereid is om 'dwingende' instrumenten als een verordening, een aanwijzing of een inpassingsplan te gebruiken als dat nodig is. Tot nu toe wordt door de provincie erg veel nadruk gelegd op goed overleg en vertrouwen in gemeenten dat het wel goed komt. Uiteraard zijn overleg en vertrouwen erg belangrijk. Maar even belangrijk is dat de provincie de mogelijkheid houdt om in te grijpen wanneer er ontwikkelingen plaatsvinden die in strijd zijn met haar doelen.

Interimperiode
Extra aandacht vergt de periode van 1 juli 2008 tot aan de vaststelling van de provinciale Omgevingsvisie. In deze periode is al wel de nWro van toepassing, maar is het Omgevingsplan van de provincie nog niet klaar. De provincie stelt zich op het standpunt dat gemeenten zich in deze periode toch moeten houden aan het streekplan. Het streekplan wordt beschouwd als structuurvisie onder de nWro, en alle uitspraken die hierin staan als provinciaal belang. En omdat gemeenten rekening moeten houden met het provinciaal belang is volgens de provincie gewaarborgd dat dit ook gebeurt. Natuur en Milieu Overijssel stelt vraagtekens bij deze uitleg. Formeel bindt een structuurvisie alleen het overheidsorgaan dat hem vaststelt. In het geval van het streekplan is dit de provincie. Maar dus niet de gemeenten! Natuur en Milieu Overijssel maakt zich daarom zorgen over de doorwerking van het streekplan in ruimtelijke plannen van gemeenten na 1 juli a.s. NMO heeft deze zorgen bij de provincie onder de aandacht gebracht. Lees hier de brief>>> 

Wij vragen lokale groepen daarom in hun gemeenten extra alert te zijn op ruimtelijke ontwikkelingen die strijdig zijn met het streekplan en deze bij ons te melden. Het Planbureau voor de Leefomgeving wees onlangs ook op de risico's die natuur en landschap na 1 juli 2008 lopen wegens het ontbreken van voorschriften uit Den Haag en Zwolle.

Lees hier het persbericht en het artikel van het Natuur en Milieu Planbureau>>>

Zie ook onze helpdesk ruimte>>>

Meer informatie: Gerben Mensink. Tel.: (038) 425 09 65.


Handige links voor nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening.